Schaatsenrijder
mannelijk (de)/ˈsxatsə(n)ˌrɛidər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zich op de schaats voortbeweegtBij schaatsenrijders die deelnemen aan de molentocht gaat een kop snert er altijd wel in.
- (figuurlijk) (halfvleugeligen) insect uit de familie van de insecten en behorend tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) dat zich dank zij de oppervlaktespanning op het wateroppervlak kan voortbewegenSchaatsenrijders leven van kleine diertjes die per ongeluk in het water terechtkomen.
Etymologie
* van schaatsenrijden
Vertalingen
Engelsskater, water strider
DuitsWasserläufer
Zweedsskräddare
Deensskøjteløber
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek