Schaatsenrijder

mannelijk (de)/ˈsxatsə(n)ˌrɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zich op de schaats voortbeweegt
    Bij schaatsenrijders die deelnemen aan de molentocht gaat een kop snert er altijd wel in.
  2. figuurlijk, halfvleugeligen (figuurlijk) (halfvleugeligen) insect uit de familie van de insecten en behorend tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) dat zich dank zij de oppervlaktespanning op het wateroppervlak kan voortbewegen
    Schaatsenrijders leven van kleine diertjes die per ongeluk in het water terechtkomen.

Etymologie

* van schaatsenrijden

Vertalingen

Engelsskater, water strider
DuitsWasserläufer
Zweedsskräddare
Deensskøjteløber