Robijn
/roˈbɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (m) rode edelsteenZij droeg een halsketting met prachtige robijnen.
- (n) (mineraal) een vorm van corund (Al2O3) met chroom als onzuiverheid; het mineraal waaruit [1] vervaardigd zijn
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘rood edelgesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
Engelsruby
Fransrubis
DuitsRubin
Spaansrubí
Italiaansrubino
Portugeesrubi
Russischрубин
Chinees红宝石
Japansルビー
Koreaans루비
Arabischياقوت
Poolsrubin
Zweedsrubin
Deensrubin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek