Provoost
mannelijk (de)/proˈvost/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) functionaris, belast met de handhaving van orde en tucht
- gevangenis voor soldaten
- militaire straf
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opzichter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Spaanspreboste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek