Prisma

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) lichaam, begrensd door twee evenwijdige vlakken en drie of meer zijvlakken met evenwijdige snijlijnen
  2. optica (optica) prisma van doorschijnend materiaal voor het breken of afbuigen van lichtstralen

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kantzuil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778

Vertalingen

Engelsprism
Fransprisme
Spaansprisma