Poort
mannelijk/vrouwelijk (de)/port/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Met deuren afsluitbare doorgang door een muurZe gingen in hun fantasie de poort uit naar een kasteel, het strand of door de straten, net wat Johannes wilde.Op beide elektronicabehuizingen is een gouden schijf gemonteerd die een gedenkplaat of poort zou kunnen zijn maar in feite een grammofoonplaat is, een elpee met geluiden van de aarde.
- logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica
- een uit- or toegang voor informatie in een computer
- (figuurlijk) een figuurlijke toegang of doorgangWat nog dieper is dan diep is de poort van alle mysteries.
Etymologie
*Van Latijn porta ( poort). Verwant met Grieks poros (weg door/over het water, brug). Uiteindelijk van het Proto-Indo-Europees *prtu- (doorgang), van welke stam bijvoorbeeld ook zijn afgeleid: Nederlands voorde (doorwaadbare plaats), Noors fjord (fjord), Engels port (haven) en Avestisch peretush (doorgang, brug, voorde).
Uitdrukkingen
- iets voor de poorten van de hel wegslepen — zorgen dat iets met heel veel moeite en op het laatste moment toch lukt terwijl het daarvoor dreigde te mislukken
Vertalingen
Engelsgate, port, portal
DuitsTor
Spaanspuerta, puerta, puerta lógica
Portugeesportão
Russischворота, логический элемент
Chinees門, 门, 大門
Japans門, 扉, とびら
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek