Poolen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) carpoolen
  2. intr (intr) poolbiljart spelen
    Met mijn zoon ging ik vaak wildkamperen in een weiland en koken op een houtvuurtje. Een middagje poolen in de stad of voetballen was vaste prik.
  3. ov (ov) een pool maken van, in één pot doen

Etymologie

* van het Engels