Parelduiker

mannelijk (de)/ˈparəlˌdœykər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die pareloesters ophaalt van de zeebodem, een parelvisser
  2. duikers (duikers) bepaald soort vogel, uit de familie van de duikers

Etymologie

*[2] , waarin "parel" verwijst naar de witte stippen in het verenkleed

Vertalingen

Spaanscolimbo ártico, gavia ártica