Parade
vrouwelijk (de)/paˈradə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schouwspel in de vorm van een optocht, al of niet van militaire aardDe bevolking van Praag kijkt in stilte naar de Duitse militaire parade.Aan het eind van de rit mogen ze van de circusdirecteur meedoen met de grote parade.
- (figuurlijk) reeks van personen of zaken die de aandacht trekkenIn deze beschouwing gaat het me niet om het echte boekenbezit: een parade van achttiende-eeuwse bibliofielen is gemakkelijk te organiseren, maar of daarmee bewezen kan worden dat de liefde voor het boek in de achttiende eeuw extatische hoogten bereikte, is zeer de vraag.
- afwering van een aanval"Verdedig jezelf!" 'Haaaa!' "Heel goed, Een mooie snelle parade. Zie je nou hoeveel baat je hebt bij je polsoefeningen?"De kans dat de naam Agustín Marchesín bij u een belletje doet rinkelen, lijkt ons eerder nihil. Toch verovert de Argentijnse doelman in een rotvaart het hele internet, dankzij een fenomenale en haast onmogelijke parade. De 29-jarige keeper van Club América stond bij een verre lob in niemandsland, maar redde dankzij een weergaloze sprint en dito duik tóch nog de meubelen.
Etymologie
* van "parade" "militaire optocht, zichtbare opstelling van troepen tegenover de vijand", teruggaand op Latijn "parare" "voorbereiden"
Vertalingen
Engelsdisplay, parade
Spaansdesfile, gala
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek