Papaver
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , waarin ook de opiumpapaver thuishoort
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1543
Vertalingen
Engelspoppy
Franscoquelicot, pavot
DuitsMohn
Spaansamapola, ababa, adormidera
Italiaanspapavero
Portugeespapoila
Zweedsvallmo
Deensvalmeu
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek