Ossenhoeder
mannelijk (de)/ˈɔsə(n)ˌhudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) (beroep) (historisch) iemand die op gecastreerde stieren past en ze begeleid wanneer ze iets voorttrekkenHet is mogelijk een verdeling te maken naar de personen die in de pastorale zangen voorkomen. Zo kunnen we niet alleen bepaalde soorten zangen onderscheiden al naar gelang de erin voorkomende herder een schapen-, geiten- of ossenhoeder is, maar ook naar de werkzaamheden van de erin optredende personen.
Etymologie
*van Middelnederlands "ossenhoeder", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek