Oeverloper
mannelijk (de)/ˈuvərˌlopər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) bepaald soort kleine vogel uit het palearctisch gebied, uit de familie der strandlopers en snippen ()
- (kevers) bepaald soort tor, uit de familie loopkevers () met een zwarte kleur met een iets metaalachtige glans
Vertalingen
Spaansandarríos chico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek