Noren

meervoud/ˈnorə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wintersport (wintersport) type schaats waarbij de schoen vast verbonden is met het metaal van de schaats, gebruikt voor het hardrijden

Etymologie

* (metonymisch) vermoedelijk omdat de techniek om het glij-ijzer in een ronde buis te monteren in de 19e eeuw in Noorwegen werd ontwikkeld, geschreven met een kleine letter volgens