Noorderbreedte
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) de hoek die de verbindingslijn tussen een plek op het noordelijk halfrond en het middelpunt van de planeet met het vlak van de evenaar maaktDe noorderbreedte van Amsterdam bedraagt 52o22'.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelsnorthern latitude
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek