Niks

/nɪks/

Betekenis

voornaamwoord
  1. geen enkel ding
    Hij begreep er niks van.
    Er zat niks anders op dan in mijn drinkfles te plassen.
    Je hebt niks verkeerds gedaan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784

Uitdrukkingen

  • op niks trekken
  • Drie keer niksIets wat nergens op lijkt, iets waardeloos