mongool

mannelijk (de)/mɔŋˈɣol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) iemand met het syndroom van Down (downsyndroom), meestal als verkleinvorm "mongooltje"
  2. scheldwoord (scheldwoord) achterlijke persoon, idioot

Etymologie

*van "Mongol" "persoon met downsyndroom", vanwege een zekere uiterlijke gelijkenis van een persoon met "downsyndroom" met een Mongool, voor het eerst beschreven door de Britse medicus

Vertalingen

EngelsMongol
Fransmongol, mongol
DuitsMongole
Spaansmongol
Italiaansmongolo
PoolsMongoł