Marketentster

vrouwelijk (de)/ˌmɑrkəˈtɛntstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, geschiedenis (beroep) (geschiedenis) vrouw die met een leger meetrok en aan militairen voedingsmiddelen verkocht

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vrouw die voedingsmiddelen aan militairen verkoopt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1846