Marjolein
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor planten uit het geslacht dat circa twintig soorten omvat
- de blaadjes van echte marjolein (), vers en gedroogd, worden gebruikt als kruid ()
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1545
Vertalingen
Engelsmarjoram
Fransmarjolaine
DuitsMajoran
Spaansmejorana
Italiaansmaggiorana
Portugeesmanjerona
Russischмайоран
Chinees墨角蘭
Japansマジョラム
Koreaans마저럼
Turksmercanköşk
Poolsmajeranek
Zweedsmejram
Deensmerian
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek