Marine
vrouwelijk (de)/maˈrinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) (scheepvaart) (f) strijdmacht die voor oorlogvoering op zee kan worden ingezet, zeemachtZe heeft vele mooie herinneringen aan hem en toonde ons wel eens vol trots krantenartikelen en foto’s uit de tijd dat hij Minister van Oorlog en Marine was, tussen 1948 en 1950.Pronkstuk Russische marine de Moskva gezonken: een gevoelige en vooral symbolische tik. [https://www.parool.nl/wereld/pronkstuk-russische-marine-de-moskva-gezonken-een-gevoelige-en-vooral-symbolische-tik~bd1ac6da/ www.parool.nl (15 apr 2022)]
- (kleur) bepaalde donkere kleur blauwHeeft u die ook in het marine?
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘militair zeewezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Vertalingen
Engelsnavy
Fransmarine
DuitsMarine
Spaansmarina, armada
Italiaansmarina
Turksdeniz kuvvetleri, deniz güçleri, bahriye
Zweedsflotta, marin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek