Lont

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koord voor het (veilig) aansteken van iets ontplofbaars
    De lont van het rotje was erg kort, maar de jongen stak hem toch aan.

Etymologie

* Van het Duitse Lunte. In de betekenis van ‘koord voor ontsteking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1520.

Uitdrukkingen

  • De lont in het kruidvat stekenIets doen of zeggen dat grote gevolgen heeft
  • Een kort lontje hebbenErg snel agressief worden
  • Lont ruikenOnraad bespeuren

Vertalingen

Engelsfuse
Fransmèche
DuitsLunte, Zündschnur
Spaansmecha
Italiaansmiccia
Portugeespavio, rastilho
Russischфити́ль