Lok
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- haarlok, pluk haar
Etymologie
* In de betekenis van ‘haar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Vertalingen
Engelslock
Fransmèche, boucle
DuitsLocke
Spaansbucle, mechón, rizo
Italiaansricciolo
Russischлокон
Zweedslock
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek