Lo

onzijdig (het)/lo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) open plek, weide, in of bij een bos (als deel van toponiemen)
  2. verouderd (verouderd) moeras, buitendijks water (als deel van toponiemen in en rond Zeeland)
zelfstandig naamwoord
  1. (Suriname) clan bij de marrons; plaatselijke gemeenschap van groepen mensen die in de vrouwelijke lijn afstammen van moeders die aan de slavernij ontsnapten
    Een bosnegersamenleving is onderverdeeld in ‘lo's’. Een lo is een verwantschapsgroep van moeder op dochter, met een gemeenschappelijke stammoeder.
zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) lichaamsbeweging als onderdeel van het onderwijs
zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, geschiedenis (onderwijs) (geschiedenis) (Nederland) primair onderwijs aan 6-12 jarigen; in 1985 opgegaan in het basisonderwijs

Etymologie

*[D] (initiaalwoord) van lager onderwijs

Vertalingen

EngelsPE
FransEPS
SpaansEF