Lek
onzijdig (het)/lɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongewenste opening waardoor een vloeistof of een gas in of uit kaneen lek in de waterleiding
zelfstandig naamwoord
- stroming van een vloeistof of een gas door een ongewenste kleine openingHij kreeg het gaatje niet dicht, zodat de lek bleef doorgaan.
- vloeistof of gas doorlatendeen lekke band
zelfstandig naamwoord
- (financieel) munteenheid van Albanië
Etymologie
*[B] van """, in de betekenis van ‘munteenheid van Albanië’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Vertalingen
Engelsleak, punctured, leaky
Fransfuite, percé, crevé
DuitsLeck, undicht, leck
Spaansfuga, pinchado
Italiaansperdente
Portugeesgotejante, perdente
Zweedsläck
Deenslæk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek