Leemkuil
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kuil waaruit men leem wint of heeft gewonnenDe bijenschans in het Corversbos illustreert hoe weinig men zich indertijd bekommerde om uiterlijke conventies: de bijen zitten in een oude leemkuil ter grootte van een bijenschans, een meter of twee onder het maaiveld. NRC Michiel Hegener 4 augustus 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/08/04/bijenschansen-7234164-a454095 Bijenschansen]Aan het boomomrande zwemmeer Surae zijn veel Brabantse jeugdherinneringen verbonden. Tachtig jaar geleden ontstonden de plassen in diepe leemkuilen van een steenfabriek. NRC Maarten Huygen 4 juni 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/06/04/in-oosterhout-is-het-referendum-nieuwe-volksverlakkerij-10527769-a787307 In Oosterhout is het referendum nieuwe volksverlakkerij]De man kwam zijn afval storten in de leemkuil, waar recent nog opgravingen werden verricht. Tegen de boer werd proces-verbaal opgemaakt. De Standaard 20 FEBRUARI 2003 Marc Brouwers [http://www.standaard.be/cnt/dexr20022003_075 Nederlanders dumpen afval langs Albertkanaal]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek