Lappen
/ˈlɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (techniek), (textiel): een of meer lappen in of op iets zetten (m.n. van kleding)Kun je die broek lappen?
- (ov), (informeel) klaarspelenEindelijk, we hebben het dan toch gelapt!
- (ov), (pejoratief) iemand iets vervelends aandoenLap me dat niet nog een keer!
Etymologie
*: "lap" met de uitgang -en en verdubbeling van de p volgens spellingregel 2.B
Uitdrukkingen
- De broek lappen en het garen toegeven — Een dienst verlenen die in verhouding tot de opbrengst erg veel tijd en/of geld kost, of waar je uitsluitend verlies op maakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek