Landsman
mannelijk (de)/ˈlɑntsmɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) tot een bepaald land behorende persoonNa den dood van den stadhouder Joost van Lalaing werd heer Jan, ingevolge het van Maximiliaan verkregen privilegie, dat de stadhouder een landsman moest zijn, zijn opvolger.
- landgenootRorik vertrok toen met zijn landsman Godfried naar Denemarken om een gooi te doen naar het koningschap.
- land-, streek- of plaatsgenoot
Etymologie
* [3] Jiddisj
Vertalingen
DuitsLandsmann
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek