Kunnen

/ˈkʏnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. modl, ov, inerg (modl), (ov), (inerg) in staat zijn, het vermogen hebben tot iets
    Dat kan hij best.
    Kun je niet slapen?
    De motor kan vaak meer dan dat je denkt.[http://www.moto-sportivo.nl/Mototalk/verhalen/Steppie%20aan%20de%20grond.html Steppie aan de grond.....], Moto Sportivo
  2. modl (modl) het intrinsieke vermogen, de eigenschap, aanleg, neiging, geschiktheid e.d. voor iets bezitten
    Pas op, dat kan breken.
    Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.
    Omdat overal besmettelijke Giardia-parasieten in het water konden zitten, was het noodzakelijk om het water te zuiveren alvorens het te drinken. Van deze parasieten kun je goed ziek worden.
  3. modl (modl) mogelijkerwijs in een bepaalde veronderstelde toestand verkeren
    Hij kan zijn verdwaald.
    Ik kan het natuurlijk mis hebben.
  4. modl (modl) in de gelegenheid zijn
    Ik kan vandaag niet komen.
  5. onpr (onpr) mogelijk zijn
    Dat kan niet.
    Dat kan misschien een andere keer [gebeuren].
    In een urinoir kan het ook soms moeilijk zijn om met iemand naast je te plassen. Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was.
  6. modl, pregnant (modl), (pregnant) zichzelf tot verbazing van de spreker ergens toe weten te zetten
    Hoe kon je!
  7. modl, pregnant (modl), (pregnant) drukt het geoorloofd, betamelijk, gepast e.d. van iets zijn uit
    Dat kun je toch niet doen!
  8. modl (modl) ± mogen [1]/moeten
    Je kunt nu gaan.
  9. ov, informeel (ov), (informeel) kennen (deze oorspronkelijke betekenis werd in het Noord-Nederlands al vanaf de 17e eeuw door "kennen" verdrongen)

Etymologie

:Latijn: gnōscere

Uitdrukkingen

  • bergen kunnen verzettenveel (in hoeveelheid) werk kunnen doen
  • de eigen boontjes kunnen doppenandermans hulp niet nodig hebben of vinden
  • de toets der kritiek kunnen doorstaanaan alle eisen voldoen
  • de zon in het water kunnen zien schijnenblij kunnen zijn met de voorspoed van een ander, niet jaloers zijn
  • door een ringetje kunnen halener goed verzorgd uit zien
  • een potje kunnen breken bijniet gauw boos maken
  • een puntje kunnen zuigen aaneen voorbeeld kunnen nemen aan
  • een schop van een ezel kunnen verdragenkunnen verdragen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft

Vertalingen

Engelscan, be able to
Franspouvoir
Duitskönnen, weg können
Spaanspoder
Italiaanspotere
Poolsmóc