Kokkel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (tweekleppigen) eetbare hartschelp ronder en groter dan een strandgaper, met diep geribbelde schelpen. Serveer ze rauw of gestoomd.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘mossel’ voor het eerst aangetroffen in 1900
Vertalingen
Franscoque commune
Spaansberberecho, cardias, croque
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek