Knorren

/'knɔrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, dierengeluid (inerg) (dierengeluid) een geluid voortbrengen zoals een varken
  2. inerg (inerg) misnoegen, ontevredenheid uiten op boze wijze
  3. informeel (informeel) snorken, snurken

Etymologie

* In de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van varkens maken’ voor het eerst aangetroffen in 1470

Uitdrukkingen

  • het knorren van de maaghonger hebben

Vertalingen

Engelssnore
Fransgrogner
Duitsgrunzen
Spaansgruñir, roncar