Klaroen
mannelijk/vrouwelijk (de)/klaˈrun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een soort trompet met een schelle klank
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566
Vertalingen
Engelsbugle
Fransclairon
DuitsBügelhorn
Spaansclarín
Italiaanstromba militare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek