Kits

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɪts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, waarbij de achterste ruim voor de positie van het roer is geplaatst
    De achterste mast van een kits is korter dan de grote mast.

Etymologie

*[bijvoeglijk naamwoord] als deel van alles gites van "alles" "Gute" "alles goed" Bargoens woordenboek 20e druk (2011) Bert Bakker, Amsterdam; ; p. 63

Vertalingen

Engelsketch
Fransketch
DuitsKetsch