Keren

/ˈkerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de andere zijde toewenden
    Hij keerde de lap stof zodat de ongebruikte zijde te voorschijn kwam.
  2. erga (erga) een voertuig een bocht van 180 graden doen maken
    Ik vermoedde dat ik op de verkeerde weg zat en ben daarom maar even gekeerd en teruggereden.
  3. ov (ov) doen omwenden, tegenhouden, terugdrijven
  4. refl (refl) zich ~:

Etymologie

* In de betekenis van ‘vegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • binnen de kortste kerenbinnen een zeer korte tijd

Vertalingen

Engelsturn