Keren
/ˈkerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de andere zijde toewendenHij keerde de lap stof zodat de ongebruikte zijde te voorschijn kwam.
- (erga) een voertuig een bocht van 180 graden doen makenIk vermoedde dat ik op de verkeerde weg zat en ben daarom maar even gekeerd en teruggereden.
- (ov) doen omwenden, tegenhouden, terugdrijven
- (refl) zich ~:
Etymologie
* In de betekenis van ‘vegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- binnen de kortste keren — binnen een zeer korte tijd
Vertalingen
Engelsturn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek