Karveel
alle geslachten/kɑrˈvel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) gladboordig gebouwd (relatief) snel zeilschip uit Spanje en Portugal
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans of Portugees, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1533
Vertalingen
Spaanscarabela
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek