Kaffer
mannelijk (de)/ˈkɑfər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) (pejoratief) lomperd, stommeling
- zwarte Zuid-Afrikaan (vroeger), Bantoe in Zuid-Afrika
- onder woonwagenbewoners benaming voor iemand die niet uit een familie van woonwagenbewoners afkomstig is
Etymologie
*[2] van كَافِر (kafir) "ongelovige"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek