Jong
onzijdig (het)/jɔŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een directe nakomeling van een dier (m.n. van een zoogdier of reptiel)Een welp is het jong van een leeuw.De poes heeft jongen gekregen.
- (informeel) min of meer denigrerende dan wel beledigende benaming voor iemand die minderjarig en van het mannelijk geslacht is (ofwel voor een jongen)Ga weg, vervelend jong!
Etymologie
#(figuurlijk) recent, van nog maar kort geleden
Uitdrukkingen
- Van jongs af aan — Vanaf iemands jongste jaren, vanaf zeer jeugdige leeftijd
- Jong geleerd is oud gedaan — Als je iets al op jonge leeftijd leert, heb je daar op latere leeftijd nog altijd plezier van, of je kunt het dan nog beter
- Jong van hart zijn — Nog altijd actief, blijmoedig enz. zijn (hoewel men al op een gevorderde kalenderleeftijd is)
- Aap wat heb je mooie jongen — Iemand probeert door lief en aardig te doen iets gedaan te krijgen
- Een haastige hond werpt blinde jongen — Beter langzaam iets goed doen, dan haastig iets slechts doen.
- Zoals de ouden zongen, piepen de jongen — Kinderen doen en denken vaak hetzelfde als hun ouders
Vertalingen
Engelsyoung
Fransjeune
Duitsjung, Junge
Spaansjoven
Italiaansgiovane
Portugeesjovens
Russischюный
Poolsmłody
Zweedsung
Deensung, unge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek