Jol
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een klein soort boot met een verticale spiegelAf en toe passeert ons een slank Zaans jolletje en de boer en de knecht die het roeien, steken hun hand op als groet.De Kampioen Aug 1958
Etymologie
* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘kleine boot’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Vertalingen
Spaansyola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek