Imme

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɪmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van bijennest en bijenvolk
    Evenals bij Mehring en Gerstung zijn ook bij Steiner de werksters, de koningin, de darren en de raat onlosmakelijk met elkaar verweven tot het organisch geheel, de imme. Zij vormen samen het fysieke lichaam van de imme.
  2. honingbij, (in het meervoud om een bijenvolk aan te duiden)
  3. larve van waterjuffer

Etymologie

*van Middelnederlands "imme", cognaat met "imme", "Imme", "imme"/"imbe" en "imbi" en wellicht verwant met "imbed" "menigte" en Latijn "omnis" "al, geheel"