Horst

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) een hooggebleven of omhooggedreven stuk land omgeven door afgeschoven slenken
    Deze horsten bestaan uit continentaal materiaal.
  2. biologie (biologie) het nest van een roofvogel
    Een havik heeft daar zijn horst.

Etymologie

* In de betekenis van ‘roofvogelnest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1547