Hooiwagen
mannelijk (de)/ˈhojwaɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (verkeer) voertuig waarop hooi wordt vervoerd
- (spinachtigen) benaming voor geleedpotigen uit de orde , gekenmerkt door een klein lijf en zeer lange poten
Vertalingen
Spaanscaro de heno, segador, típula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek