Hooiwagen

mannelijk (de)/ˈhojwaɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, verkeer (landbouw) (verkeer) voertuig waarop hooi wordt vervoerd
  2. spinachtigen (spinachtigen) benaming voor geleedpotigen uit de orde , gekenmerkt door een klein lijf en zeer lange poten

Vertalingen

Spaanscaro de heno, segador, típula