Hondsroos
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een in de Benelux van nature voorkomende roos. De struik komt van nature voor in Europa, Noordwest-Afrika en . In Noord-Amerika is de plant geïntroduceerd. De soort staat op de als een soort die in Nederland algemeen voorkomt en stabiel of toegenomen is
- (voeding) (medisch) de bloemen, bladeren en de bottels worden gebruikt als een laxeermiddel of om wonden sneller te laten genezen. De bottels bevatten een hoog vitamine C gehalte
Vertalingen
Engelsdog-rose
Franséglantier
DuitsHunds-Rose
Spaansrosa silvestre
Russischшиповник собачий
Turkskuşburnu
Poolsróża dzika
Zweedsstenros
Deenshunderose
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek