Hertog
mannelijk (de)/ˈhɛrtɔx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (adel), (geschiedenis) een landsheer, oorspronkelijk van een hoger hiërarchisch niveau dan de markies
Etymologie
* Van Middelnederlands "hertoge", een samenstelling van de Proto-Germaanse woorden *harja "leger" (<heer [11]) en *tugan- (< tijgen). De letterlijke betekenis is dus "legeraanvoerder, legerleider".
Vertalingen
Engelsduke
Fransduc
DuitsHerzog
Spaansduque
Italiaansduca
Portugeesduque
Turksduka, dük
Poolsksiążę
Zweedshertig
Deenshertug
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek