Here

mannelijk (de)/ˈherə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (protestant) aanduiding voor GodDeze vorm wordt gebruikt in de en de deeks daarop gebaseerde versie van de Bijbel in eenvoudig Nederlands, .
    Duizenden jaren geleden werden Levieten aangewezen om de Here als zangers te dienen.
  2. religie (religie) vanuit het leerstuk van de Heilige Drievuldigheid ook gebruikt als aanduiding van Jezus Christus
    De Here Jezus uit de bijbel van vader is een stugge, ongrijpbare Heer maar de Jezus waarmee Thomas een praatje maakt, is begrijpend en joviaal

Etymologie

*van אֲדֹנָי (adonai) "heren"; de meervoudsvorm drukt vermoedelijk respect uit