Graven

/ˈɣravə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een gat in de grond maken met de handen of met een graafwerktuig
    Het was begonnen met graven naar historische resten in het weiland en zoeken naar scherven langs de rivieroevers van de Lek en de Merwede.
    Met mijn 17 gram zware deuce of spades-schep groef ik dagelijks een gat in de grond van ongeveer 10 cm diep als de grond niet te hard was.
  2. onderzoeken
    En wat doe ik? Als ik Caroline en de jongens vertel over de misdaden van hun vaders, zullen ze onvermijdelijk gaan graven in hun gruwelijke verleden.
    De verleiding zal straks groot zijn om te gaan graven in het verleden van Milan, om alles uit te zoeken wat hij heeft gedaan.
    Ik hoef niet lang in de berg geboortevolgordestudies te graven om de kanttekeningen tegen te komen.

Etymologie

*Germaans erfwoord: *graban

Uitdrukkingen

  • Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.je wordt zelf ook slachtoffer als je een ander probeert te bedriegen

Vertalingen

Engelsdig
Franscreuser
Duitsgraben
Spaansexcavar, ahondar, cavar
Italiaansscavare
Portugeescavar, escavar
Russischкопать, выкапывать, выкопать
Chinees挖, 挖掘, 掘
Japans掘る
Koreaans파다
Arabischحفر
Poolskopać, wykopywać
Zweedsgräva
Deensgrave