Gouwenaar
mannelijk (de)/ˈɣɑuwəˌnar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een lange witte pijp waaruit men kan rokenDe boer stopte zijn lange gouwenaar, ze dronken koffie uit een tinnen kan met een kraantje en ook de erfhond Trixa was binnen, voor het oudjaar.
- een soort konijn
- smal schip
Etymologie
* afleiding van Gouda
Vertalingen
Engelslong clay
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek