Gouwenaar

mannelijk (de)/ˈɣɑuwəˌnar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lange witte pijp waaruit men kan roken
    De boer stopte zijn lange gouwenaar, ze dronken koffie uit een tinnen kan met een kraantje en ook de erfhond Trixa was binnen, voor het oudjaar.
  2. een soort konijn
  3. smal schip

Etymologie

* afleiding van Gouda

Vertalingen

Engelslong clay