Golfslag
mannelijk (de)/ˈɣɔlᵊfˌslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het slaan, botsen van de golven, het resultaat van een golf die bij de kust of oever komt en daar zijn energie verliest.
- de op- en neergaande beweging van het water.
Vertalingen
Spaansoleaje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek