Gerven
/ˈɣɛrvə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) looien van leer
- (ov) (verouderd) gereed maken, klaarmaken
- (ov) (verouderd) (religie) (katholiek) aandoen van het gewaad dat bij het ambt of de orde van een priester hoort
- (inerg) nieuw dons en veren krijgen
- (refl) (verouderd) (religie) (katholiek) aantrekken van het gewaad dat bij het ambt of de orde van een priester hoort
Etymologie
* via Middelnederlands "gerven", "geerwen", "geruwen", "gaerwen" van Oudnederlands "gerwen"; afgeleid van "gaar"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek