Gerst
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) plant van het geslacht
- (bloemplanten) gecultiveerde soort , een graansoort. Ze stamt af van de wilde gerst (), die nog steeds in het Midden-Oosten voorkomt. Gerst behoort net als alle overige granen zoals tarwe, haver, rogge, gierst en rijst tot de grassenfamilie
- (graan) ontkiemende gerst (mout) is een belangrijke grondstof voor bier en whisky
Etymologie
* In de betekenis van ‘graangewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsbarley
Fransorge
DuitsGerste
Spaanscebada
Italiaansorzo
Portugeescevada
Russischячмень
Chinees大麦
Japansオオムギ
Koreaans보리
Arabischشعير
Turksarpa
Poolsjęczmień
Zweedskorn
Deensbyg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek