Gerst

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) plant van het geslacht
  2. bloemplanten (bloemplanten) gecultiveerde soort , een graansoort. Ze stamt af van de wilde gerst (), die nog steeds in het Midden-Oosten voorkomt. Gerst behoort net als alle overige granen zoals tarwe, haver, rogge, gierst en rijst tot de grassenfamilie
  3. graan (graan) ontkiemende gerst (mout) is een belangrijke grondstof voor bier en whisky

Etymologie

* In de betekenis van ‘graangewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsbarley
Fransorge
DuitsGerste
Spaanscebada
Italiaansorzo
Portugeescevada
Russischячмень
Chinees大麦
Japansオオムギ
Koreaans보리
Arabischشعير
Turksarpa
Poolsjęczmień
Zweedskorn
Deensbyg