Germaan
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- elk van de leden van de volksstammen die rond het begin van onze jaartelling tussen Noordzee, Schelde, Maas, Rijn, Donau en Weichsel woonden
- elk van de nakomelingen uit de stammen die een Germaanse taal spreken (de belangrijkste Germaanse talen zijn het Nederlands, Duits, Engels, Fries, Noors, Deens, Zweeds en IJslands)
- (schertsend) Duitser
Etymologie
*van Latijn Germanus
Vertalingen
Engelsgerman, teuton
Spaansgermano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek