Germaan

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk van de leden van de volksstammen die rond het begin van onze jaartelling tussen Noordzee, Schelde, Maas, Rijn, Donau en Weichsel woonden
  2. elk van de nakomelingen uit de stammen die een Germaanse taal spreken (de belangrijkste Germaanse talen zijn het Nederlands, Duits, Engels, Fries, Noors, Deens, Zweeds en IJslands)
  3. schertsend (schertsend) Duitser

Etymologie

*van Latijn Germanus

Vertalingen

Engelsgerman, teuton
Spaansgermano