Gentiaan
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣɛn(t)siˈjan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht uit de gentiaanfamilie (). Het geslacht kent ongeveer vierhonderd soorten veelal met diepblauwe bloemen, die voornamelijk in gematigde bergstreken van het noordelijk halfrond en de Andes voorkomen. In Europa komen 35 soorten voor, vooral in de Alpen. Het geslacht baardgentiaan () werd met onder meer de soort veldgentiaan () voorheen ook ingedeeld bij de gentianenHet plukken van een gentiaan is verboden om de kwetsbare flora van het hooggebergte te beschermen.
Etymologie
*(eponiem) van Latijn "gentiana", volgens afgeleid van , een Illyriesche koning uit de 2e eeuw v. Chr., in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554
Vertalingen
EngelsGentian
Fransgentiane
DuitsEnzian
Spaansgenciana
Russischгоречавка
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek