Frees
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) machine die door frezen (met een ronddraaiende beitel) materiaal verwijdert
- deel van die machine die de eigenlijk bewerking uitvoert (de beitel)
- (landbouw) machine die grond door elkaar roert, maar zonder kerende bewerking
- geplooide kraag, fraas
Etymologie
* In de betekenis van ‘werktuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860
Vertalingen
Spaansfresa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek