Fox

mannelijk (de)/fɔks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) hond behorend tot een ras dat oorspronkelijk gekweekt is voor de jacht op vossen
    "Mijn moeder was achtenzeventig jaar toen ze een hondje kocht," zei Martha. "Een fox. Ze noemde hem Cyrano. (…)"
  2. dans, informeel (dans) (informeel) eenvoudige ballroomdans op muziek in vierkwartsmaat
    Simon kan Bram geloof ik niet uitstaan, want toen ik met Simon danste speelde Bram piano, en de hele tijd zei Simon: "Wat is dit nou? Eerst een slowfox, dan een fox, nu weer helemaal niets, totaal geen ritme".
  3. straattaal, verouderd (straattaal) (verouderd) goud

Etymologie

*[3] Bargoens [https://dbnl.org/tekst/moor012gehe02_01/moor012gehe02_01_0045.php?q=foxhl1 De geheimtalen. (2002) L.J. Veen, Amsterdam / Antwerpen]; ; p. 408; geraadpleegd 2019-06-28